Geplaatst op 14 juni 2026
Elektrisch rijden is in korte tijd de standaard geworden binnen zakelijke mobiliteit. Medewerkers en bezoekers verwachten dat ze op locatie kunnen laden. Voor wagenparkbeheerders zijn laadpalen daarmee geen extra voorziening meer, maar een essentieel onderdeel van een goed functionerend wagenpark.
Tegelijkertijd dwingt wetgeving bedrijven om hierin stappen te zetten. De vraag is daarom niet meer óf je moet investeren in laadinfrastructuur, maar wanneer en in welke omvang.
De verplichting hangt samen met het type gebouw en het aantal parkeerplaatsen.
Voor bestaande bedrijfspanden met meer dan 20 parkeerplaatsen geldt:
Bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties met meer dan 10 parkeerplaatsen:
Een renovatie valt hieronder wanneer een groot deel van het gebouw én de elektrische installatie of parkeerfaciliteit wordt aangepakt.
Sinds 1 januari 2025 gelden in Nederland de regels uit EPBD III. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande bedrijfspanden, nieuwbouw en ingrijpende renovaties.
Bestaande bedrijfspanden
Heeft een bestaand bedrijfspand meer dan 20 parkeerplaatsen?
Dan geldt sinds 1 januari 2025:
Nieuwbouw en ingrijpende renovaties
Heeft een nieuwbouwlocatie meer dan 10 parkeerplaatsen?
Dan geldt:
Een renovatie wordt als “ingrijpend” gezien wanneer:
Vanaf medio 2026 worden de regels verder aangescherpt via EPBD IV. De focus verschuift daarbij van minimale aanwezigheid naar grootschalige laadvoorbereiding.
Nieuwbouw met meer dan 5 parkeerplaatsen
Vanaf medio 2026 geldt:
Dit betekent dat laadinfrastructuur een standaard onderdeel wordt van nieuwbouwprojecten.
De impact hiervan is groot: bedrijven gaan van één verplicht laadpunt naar een structureel laadnetwerk op eigen terrein.
Vanaf 2033 geldt bovendien:
Opvallend is dat de regelgeving steeds breder kijkt naar mobiliteit. Het gaat niet langer alleen om auto’s, maar ook om:
Voor organisaties betekent dit dat mobiliteitsbeleid integraal wordt in plaats van uitsluitend gericht op het wagenpark.
De impact in de praktijk is groot. Laadinfrastructuur wordt een randvoorwaarde voor elektrificatie: zonder laadmogelijkheden is een EV-strategie simpelweg niet uitvoerbaar.
Tegelijk blijkt dat de minimale wettelijke norm vaak onvoldoende is. Het is verstandig om verder te kijken en rekening te houden met:
Een gestructureerde aanpak helpt om grip te houden op de verplichtingen én kosten:
De regelgeving rond laadpalen ontwikkelt zich snel:
De kern voor wagenparkbeheerders is helder: laadinfrastructuur is niet langer ondersteunend, maar cruciaal voor elektrificatie.
Wie nu vooruit plant, voorkomt niet alleen compliance-risico’s, maar bouwt ook aan een toekomstbestendige mobiliteitsstrategie.