Pseudo-eindheffing vanaf 2027: wat betekent dit voor jouw wagenpark?

Geplaatst op 03 maart 2026

De fiscale regels rondom zakelijke mobiliteit worden opnieuw aangescherpt. Per 1 januari 2027 treedt de zogenoemde pseudo-eindheffing in werking: een extra werkgeversheffing op auto’s met CO₂-uitstoot die ook privé mogen worden gebruikt. Voor veel organisaties betekent dit een structurele kostenverhoging die direct invloed heeft op het wagenparkbeleid.

In combinatie met de inzichten uit Auto en Fiscus 2026 ontstaat een compleet beeld van wat er verandert – en hoe je hier als organisatie strategisch op kunt inspelen

Wat houdt de pseudo-eindheffing in?

Vanaf 2027 betalen werkgevers 12% pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) van voertuigen met CO₂‑uitstoot die aan medewerkers ter beschikking worden gesteld voor privégebruik. Belangrijk om te weten is dat woon‑werkverkeer hierbij óók als privégebruik wordt aangemerkt. Dit is een belangrijk verschil met de reguliere bijtelling, waar woon‑werkverkeer niet als privégebruik geldt. Het gaat hierbij om:

  • benzine- en dieselauto’s

  • plug-in hybrides

Volledig elektrische voertuigen (EV’s) vallen buiten deze regeling. Ook voertuigen die aantoonbaar uitsluitend zakelijk worden gebruikt, worden niet geraakt.

De financiële impact kan aanzienlijk zijn. Een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 betekent bijvoorbeeld € 4.800 extra kosten per jaar voor de werkgever. Bij meerdere voertuigen loopt dit bedrag snel op.

Voor brandstofauto's die vóór 2027 zijn verstrekt, geldt een overgangsperiode tot 17 september 2030.  De overgangsregeling vervalt echter wanneer een werknemer de auto meeneemt naar een nieuwe werkgever, of wanneer je een contract doorschuift naar een andere entiteit binnen de eigen organisatie. Dit omdat er dan een nieuwe terbeschikkingstelling ontstaat. Belangrijk in deze context is dat deze heffing ook geldt als er tijdelijk een niet-EV wordt ingezet, bijvoorbeeld als het vervangend vervoer betreft omdat de eigen auto van de zaak voor onderhoud of reparatie bij het autobedrijf staat. Of als er tijdens vakantie gebruik wordt gemaakt van een niet-EV. En óók als er geen privégebruik heeft plaatsgevonden, maar dat wel had kúnnen gebeuren.

Studio BENGBENG MHC Mobility Dag 1 (Social) 24

Waarom voert de overheid dit in?

De maatregel past binnen het bredere klimaat- en mobiliteitsbeleid. Door fossiele voertuigen duurder te maken, wil de overheid bedrijven stimuleren om sneller over te stappen op emissievrije mobiliteit. Elektrificatie verschuift daarmee van duurzame ambitie naar financiële logica.

 

De fiscale context in 2026

De pseudo-eindheffing staat niet op zichzelf. Volgens Auto en Fiscus 2026 blijven andere fiscale elementen eveneens bepalend voor de totale kosten.

Zo blijft de standaardbijtelling 22%, terwijl EV’s in 2026 nog profiteren van 18% bijtelling tot het geldende drempelbedrag. Tegelijkertijd stijgt de motorrijtuigenbelasting voor EV’s vanaf 2026 en blijft de bpm op fossiele voertuigen oplopen door strengere CO₂-tarieven.

Daarnaast blijven bestaande verplichtingen van kracht, zoals:

  • btw-afdracht over privégebruik van de auto van de zaak

  • heffing over grijs-kentekenvoertuigen met CO₂-uitstoot

De pseudo-eindheffing komt hier dus bovenop. Het betreft een aanvullende werkgeversheffing, vergelijkbaar met een eindheffing binnen de werkkostenregeling, maar specifiek gericht op voertuigen met uitstoot.

Wat betekent dit voor het MKB?

Voor MKB-organisaties kan de impact stevig zijn. Extra kosten van € 3.000 tot € 6.000 per voertuig per jaar zijn realistisch, afhankelijk van de cataloguswaarde. In combinatie met stijgende belastingen kan dit leiden tot forse verhogingen van de totale mobiliteitskosten.

Strategisch vraagt dit om heroverweging van de Total Cost of Ownership (TCO). Brandstofauto’s worden relatief duurder, leasecontracten moeten mogelijk worden herzien en elektrificatie wordt steeds vaker het uitgangspunt van beleid.

Ook operationeel heeft dit gevolgen. Denk aan het actualiseren van mobiliteitsregelingen, het opstellen van een helder laadbeleid en het tijdig meenemen van medewerkers in toekomstige voertuigkeuzes.

Wat kun je nu al doen?

Hoewel 2027 nog even weg lijkt, is dit hét moment om vooruit te kijken. Organisaties kunnen zich voorbereiden door:

  • wagenparkcontracten en vervangingsmomenten kritisch te evalueren

  • voertuigen die nog gewenst zijn tijdig vóór 2027 te registreren

  • een actuele TCO-analyse te maken waarin brandstof, onderhoud, MRB en restwaarde worden meegenomen

  • te investeren in passende laadinfrastructuur

Daarmee wordt 2026 een cruciaal jaar voor strategische beslissingen. Wie nu anticipeert, voorkomt onverwachte kostenstijgingen en houdt regie over de mobiliteitsstrategie.

Vooruitkijken loont

De pseudo-eindheffing markeert een duidelijke omslag in het fiscale mobiliteitsbeleid. Organisaties die tijdig schakelen, kunnen kosten beheersen en gefaseerd verduurzamen. Bedrijven die wachten tot 2027 lopen het risico op een plotselinge en structurele lastenverzwaring.

Wil je weten wat deze maatregel concreet betekent voor jouw wagenpark, welke keuzes verstandig zijn richting 2026 en 2027 en wat de fiscale ? Een tijdige analyse maakt het verschil tussen reageren en vooruitsturen. Neem contact op met jouw Mobility consultant en laat je adviseren.

Wij attenderen u erop dat bovengenoemde informatie gebaseerd is op datgene wat er op dit moment bekend is; je kunt er echter geen rechten aan ontlenen.