Geplaatst op 15 juli 2026
Vanaf 1 januari 2027 voert de overheid de pseudo-eindheffing voor auto's met CO₂-uitstoot in. Deze nieuwe werkgeversheffing kan organisaties duizenden euro's per voertuig per jaar kosten en heeft grote gevolgen voor wagenparkbeheer, leasecontracten en mobiliteitsbeleid.
Hoewel het kabinet onlangs een aantal uitzonderingen en versoepelingen heeft aangekondigd, blijft de hoofdregel overeind: werkgevers gaan extra belasting betalen voor personenauto's met uitstoot die ook privé gebruikt mogen worden.
Wat houdt deze regeling precies in en wat betekent dit voor jouw organisatie? We zetten het hier voor je op een rij.
Vanaf 2027 betalen werkgevers 12% pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) van voertuigen met CO₂‑uitstoot die aan medewerkers ter beschikking worden gesteld voor privégebruik. Belangrijk om te weten is dat woon‑werkverkeer hierbij óók als privégebruik wordt aangemerkt. Dit is een belangrijk verschil met de reguliere bijtelling, waar woon‑werkverkeer niet als privégebruik geldt. Het gaat hierbij om:
Benzine- en dieselauto’s
Hybride auto's (zowel plug-in hybrides als niet-oplaadbare hybrides)
Volledig elektrische voertuigen (EV’s) vallen buiten deze regeling. Ook voertuigen die aantoonbaar uitsluitend zakelijk worden gebruikt, worden niet geraakt.
De financiële impact kan aanzienlijk zijn. Een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 betekent bijvoorbeeld € 4.800 extra kosten per jaar voor de werkgever. Bij meerdere voertuigen loopt dit bedrag snel op.
De pseudo-eindheffing maakt onderdeel uit van het klimaat- en mobiliteitsbeleid van de overheid. Het doel is om werkgevers financieel te stimuleren sneller over te stappen op:
· Volledig elektrische voertuigen;
· Emissievrije mobiliteit;
· Duurzamer wagenparkbeheer.
Daardoor verschuift elektrificatie steeds meer van een duurzaamheidskeuze naar een financiële noodzaak.
Na kritiek vanuit ondernemers, werkgeversorganisaties en de mobiliteitssector heeft het kabinet aangekondigd een aantal onderdelen van de regeling te versoepelen.
De invoeringsdatum blijft 1 januari 2027. De regeling gaat dus niet later in. Wel komen er enkele uitzonderingen die de uitvoering in de praktijk werkbaarder maken.
1. Uitzondering voor rijschoolhouders/ lesauto's
Rijschoolhouders krijgen een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor lesvoertuigen. De reden hiervoor is dat rijscholen in de praktijk nog niet altijd volledig elektrisch kunnen rijden. Daarnaast blijft voor veel rijlessen het gebruik van handgeschakelde voertuigen relevant.
2. Vrijstelling voor vervangend vervoer bij schade of onderhoud
Moet een auto tijdelijk naar de garage voor onderhoud of reparatie? Dan mag een werknemer gebruikmaken van een niet-elektrische vervangende auto zonder dat direct pseudo-eindheffing verschuldigd is.
Voorwaarden
· Maximaal 14 dagen vervangend vervoer;
· Alleen bij onderhoud, reparatie of schade;
· Bedoeld als tijdelijke vervanging van het reguliere voertuig.
Deze uitzondering staat los van de hieronder genoemde 7-dagenregeling.
3. Verlenging van de overgangsregeling
Voor werknemers die vóór 1 januari 2027 al beschikken over een niet-elektrische auto van de zaak, geldt een overgangsregeling. Deze overgangsperiode wordt verlengd tot 1 januari 2031. Eerder liep deze overgangsregeling tot 17 september 2030.
Let op: de overgangsregeling vervalt wanneer sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling, bijvoorbeeld:
· Bij overstap naar een nieuwe werkgever;
· Bij overheveling van de auto naar een andere juridische entiteit;
· Wanneer een nieuw leasecontract ontstaat.
4. Vrijstelling voor zeer kortdurende terbeschikkingstelling (tot 2031)
Binnen de overgangsperiode komt daarnaast een aparte vrijstelling voor kortstondig gebruik van een niet-elektrische auto.
Hierbij geldt:
· Maximaal 7 dagen ter beschikking;
· Vrijstelling tot 1 januari 2031;
· Ook mogelijk voor auto's die na 1 januari 2027 worden verstrekt.
Belangrijk verschil met de 14-dagenregeling
De twee vrijstellingen staan los van elkaar:
|
Vrijstelling |
Situatie |
Maximale duur |
|
Vervangend vervoer |
Schade, onderhoud of reparatie |
14 dagen |
|
Kortdurende terbeschikkingstelling |
Tijdelijk gebruik van een niet-EV |
7 dagen |
De pseudo-eindheffing staat niet op zichzelf. Volgens Auto en Fiscus 2026 blijven andere fiscale elementen eveneens bepalend voor de totale kosten.
Zo blijft de standaardbijtelling 22%, terwijl EV’s in 2026 nog profiteren van 18% bijtelling tot het geldende drempelbedrag. Tegelijkertijd stijgt de motorrijtuigenbelasting voor EV’s vanaf 2026 en blijft de bpm op fossiele voertuigen oplopen door strengere CO₂-tarieven.
Daarnaast blijven bestaande verplichtingen van kracht, zoals:
BTW-afdracht over privégebruik van de auto van de zaak
Heffing over grijs-kentekenvoertuigen met CO₂-uitstoot
De pseudo-eindheffing komt hier dus bovenop. Het betreft een aanvullende werkgeversheffing, vergelijkbaar met een eindheffing binnen de werkkostenregeling, maar specifiek gericht op voertuigen met uitstoot.
Deze versoepelingen maken de regeling op een paar punten werkbaarder, omdat de regeling iets versoepeld wordt.
Tegelijk blijft de hoofdlijn: vanaf 2027 wordt een niet‑elektrische leaseauto voor werkgevers in veel gevallen fiscaal minder aantrekkelijk. Juist daarom is dit een goed moment om te kijken naar:
● Wanneer je leasecontracten aflopen,
● Welke werknemers en functies in aanmerking komen voor een EV
● Hoe je vervangend vervoer en pool-/wisselauto’s slim organiseert,
● En hoe je kosten en beleid vooraf inzichtelijk maakt.
Hoewel 2027 nog even weg lijkt, is dit hét moment om vooruit te kijken. Organisaties kunnen zich voorbereiden door:
Wagenparkcontracten en vervangingsmomenten kritisch te evalueren
Voertuigen die nog gewenst zijn tijdig vóór 2027 te registreren
Een actuele TCO-analyse te maken waarin brandstof, onderhoud, MRB en restwaarde worden meegenomen
Te investeren in passende laadinfrastructuur
Daarmee wordt 2026 een cruciaal jaar voor strategische beslissingen. Wie nu anticipeert, voorkomt onverwachte kostenstijgingen en houdt regie over de mobiliteitsstrategie.
De pseudo-eindheffing markeert een duidelijke omslag in het fiscale mobiliteitsbeleid. Organisaties die tijdig schakelen, kunnen kosten beheersen en gefaseerd verduurzamen. Bedrijven die wachten tot 2027 lopen het risico op een plotselinge en structurele lastenverzwaring.
Wil je weten wat deze maatregel concreet betekent voor jouw wagenpark, welke keuzes verstandig zijn richting 2026 en 2027? Een tijdige analyse maakt het verschil tussen reageren en vooruitsturen. Neem contact op met jouw Mobility consultant en laat je adviseren.
Wij attenderen u erop dat bovengenoemde informatie gebaseerd is op datgene wat er op dit moment bekend is; je kunt er echter geen rechten aan ontlenen.